collage auto en fietser

Kinderzitje

Bericht van een moeder van school, van de kleuterklas van onze jongste. Of we een autozitje mee willen geven aan ons kind dat met haar meerijdt naar de speeltuin de volgende dag. Met een oudste kind van bijna elf en eentje van bijna negen weet ik inmiddels dat dat voor incidenteel vervoer niet verplicht is. Ik vertel haar dat ze hem wat ons betreft zonder zitje mee mag nemen. Ze blijft aandringen. Ik stuur haar de link naar de passage die uitlegt hoe het zit.

Als het speeltuinuitje achter de rug is en het kind weer veilig bij mij thuis, vraag ik hoe het was. “Mamma, de moeder van X botste met haar spiegel tegen een andere auto en ze vertelde dat ze al heel veel boetes had gehad.”

Volgende keer toch maar een kinderzitje mee.

collage huis met vrouwenportret

Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur

Het ouderlijk huis wordt verkocht. Hoewel, ouderlijk impliceert dat ik er zelf ook heb gewoond. Dat is niet zo. Maar zowel mijn hoogtepunt (trouwen) als mijn dieptepunt (het overlijden van mijn moeder) vonden hier plaats. Hier waren etentjes in de tuin, verjaardagen, Sinterklaas. Hier waren wandelingen in het bos en baby’tjes in de armen van opa en oma.

De foto’s tonen een mooi warm huis waar over nagedacht is. Maar de potentiële koper ziet een keuken met een deur naar de slaapkamer en ik zie dat moment dat we mijn moeder in de kist legden en precies daar een lastige draai moesten maken. De toekomstige bewoners zien een klassieke inrichting, ik zie dat al mijn moeders schilderijen al weg zijn en haar piano is ontdaan van bladmuziek en fotolijstjes.

Het is goed; tijd voor een nieuw hoofdstuk vol gelukkige momenten in dit huis. Toch maakt dat het afscheid niet minder zwaar.

Dode dierbaren glippen door je vingers. Het is de kunst ze op te vangen in je hart.

collage plassende hond

Paddy en het gele sikje

Wij hadden vroeger een hond van het merk Bichon Frisé. Als hij volgens de officiële maatstaven getrimd werd, was het de Bob Ross onder de honden. Meer haar dan hersencellen, maar ontzettend lief. Paddy heette die van ons, naar beertje Paddington. Ik vond dat een behoorlijk stomme naam, maar ik was 15, dus ik vond vrij veel dingen stom in die tijd.

Mijn ouders werkten allebei, wat betekende dat mijn broer of ik na school de hond moesten uitlaten. Op een dag kwam ik thuis met mijn beste vriendin. We roken meteen dat er iets niet pluis was en ja hoor, op het donkerbruine parket lag een grote plas van het kleine hondje. Schuldbewust keek hij ons aan.

‘Ah,’ zei de Beste Vriendin, ‘ik heb bij Martin Gaus (de Freek Vonk van de jaren ’90) gezien hoe je dat moet afleren.’ Resoluut pakte ze de kop van Paddy en duwde die in z’n eigen plas. ‘Alleen z’n neus!’, riep ik nog, maar het was te laat. Beduusd keek hij ons aan, z’n sikje druipend van zijn eigen urine. Om de feestvreugde te verhogen, schudde hij heftig met z’n kop, waardoor de witte muur bedolven werd onder de gele spetters.

Wij luisterden nooit meer naar Martin Gaus.