Pierenbad

columnandcollage16

Soms kunnen dingen ineens enorm veranderen als de naam die je ze altijd gaf niet blijkt te kloppen. Ik had dat met het pierenbad, waarvan ik dus dacht dat het pierebad was, zonder n. Het deed me denken aan pierewaaien (zo’n prachtig woord) en ik zag er al een paar enthousiast bungelende kinderbeentjes bij.

Nu blijkt het dus een ondiep bad vol krioelende pieren te zijn en durf ik er nooit meer heen. Niet dat ik iets tegen pieren heb hoor. Mijn beste vriendin en ik hadden toen we een jaar of zes waren samen een wormenfokkerij. We plukten de arme beestjes uit de aarde, stopten ze in een kartonnen doos (wel met tuingrond en blaadjes gelukkig, het was een boutique hotel) en gaven ze allemaal namen. Vervolgens was het de bedoeling dat ze kindjes gingen maken samen, het was de offline versie van SIMS, straight from de jaren ’80.

Maar goed, pierenbad, getver. Ik zet ‘m meteen op m’n lijstje vieze woorden, net onder krentenbaard. Daarbij maakt een n meer of minder me trouwens niet uit. Als je dat leest, krentenbaard, dan zie je toch meteen de zwaar ontstoken rode blaasjes met lekkend pus voor je? En dat op het eerder zo gave kindergezichtje, om te huilen is het. Misschien is een bad vol pieren wel de nog onontdekte remedie tegen een baard vol krenten. Kunnen we daarna meteen die twee vieze woorden voorgoed vergeten.

Blauwe maandag

columnandcollage15

Toen ik eindelijk na pak ‘m beet acht jaar was afgestudeerd (minus 1,5 jaar aftrek wegens goed gedrag), werd het tijd voor een Baan. Als rechtenstudent had ik verrassend genoeg het sociale licht gezien en ik wilde bij UNICEF gaan werken. Dus: solliciteren maar. Leeg cv, vol vertrouwen. Ik werd natuurlijk afgewezen: bij goede doelen willen ze graag door de geitenwol geverfde types en niet van die guppies zoals ik. Toen.

Dus zette ik mijn schouders eronder en schreef brief na brief. Ondertussen was ik vanwege een verbouwing tijdelijk bij m’n schoonouders beland en hoewel ik die heel erg lief vond, was dat een vrij sombere optelsom. Daar zit je dan: afgestudeerd, werkloos en bij je schoonouders in huis.

Enfin, een tijdelijk baantje bij de Sociaal Economische Raad lukte wel en daar stond ik op mijn eerste dag, met een lullig gilet aan en een dienblad met koffie in mijn handen. Na dag drie had ik mezelf bewezen en mocht ik lunch brengen bij de grote baas – toevallig de vader van een oud schoolvriendje. Dit wonderlijke feit bracht ik natuurlijk te berde, waarna de beste man mij wat meewarig aankeek. Tijd om deze organisatie te verlaten, leek me zo. Mijn leidinggevende zag het totaal niet aankomen. De drie blauwe maandagen in de catering gingen me niet gelukkiger maken, uiteindelijk. Maar mooi was het wel. Dat gilet.

Stiekeme extra dag

100dayproject_14

De ‘vraag aan jezelf’ is hip. Niet alleen Flow magazine en zelfhulpboeken zoals ‘Ikigai’ bestoken je met vragen waar je lang en diep over na moet denken, ook de thee doet mee.

Thee?

Ja, als je een Pickwick-zakje openmaakt (in ieder geval de groene, daar zit natuurlijk met name de lang en diep nadenkende doelgroep), dringt een Vraag zich onmiddellijk aan je op. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar mijn theeceremonie begint vervolgens met irritatie. Het zijn namelijk vaak vragen waarvoor je in je geheugen moet graven. ‘Wat is je mooiste herinnering?’ ‘Wie heeft het meeste invloed gehad op jouw leven?’ ‘Welk liedje is de beste afspiegeling van je jeugd?’ Ik klap volledig dicht. Mijn geheugen is eerlijk gezegd niet enorm goed. Ik ken mensen die moeiteloos kunnen oplepelen wanneer we op welk feest waren en wie daar verder wel en niet bij waren. Ik begin al te stotteren als iemand op maandag aan me vraagt wat ik in het weekend heb gedaan.

Natuurlijk, als ik echt heel lang en diep nadenk, komen er heus wel wat herinneringen bovendrijven, maar meestal is het niets waarmee ik mezelf enorm verras. Om mijn eigen irritatie te omzeilen, ben ik maar gewoon overgestapt op een ander theemerk. Vervolgens vuurde de Flow kalender schaamteloos een Vraag op me af. Gelukkig was dat wél een interessante: ‘Wat zou je doen met een extra uur per dag?’ Je bent geneigd om te denken dat een extra uur niet zoveel zou veranderen, net zoals je misschien bij een net gewonnen honderdduizend euro ook niet meteen je baan op zou zeggen. Het gevaar is vervolgens dat je gewoon went aan je nieuwe bestedingsruimte en dat je niets opmerkelijks doet met je hoofdprijs.

Terug naar het extra uur. Toevallig had ik het met verschillende freelancers uit mijn omgeving over ‘de stiekeme extra dag’. Dat is een dag die alleen jij hebt en niemand weet ervan, je kunt ‘m dus inzetten hoe je maar wilt, niemand probeert die dag te claimen met afspraken en je kunt al je achterstallige onderhoud doen als je daar zin in hebt. Of eindelijk juist even niks. Het idee van een extra dag, of in dit geval dus extra uur per dag, laat je nadenken over iets belangrijks: waar wil je je tijd het liefst aan besteden, wat is het belangrijkste voor jou om te doen, waar zou je prioriteit moeten liggen?

De grote teleurstelling is: ik ben er nog niet uit. Gelukkig heb ik een extra uur per dag om erover na te denken. Niet verder vertellen.

Het Plaatje

100dayproject_13

Er zijn (beginnende) interieurbloggers die zich in de schulden steken om hun huis van hippe spullen te voorzien voor mooie plaatjes op Instagram. Dat gaat best ver, vind je niet? Ik hou van Instagram hoor en ik zie ook heus wel dat als ik daar op een hele toegewijde manier 24/7 de mooiste beelden op zou delen, dat dat fantastisch zou zijn voor mijn branding, dat ik mijn plaats zou kunnen opeisen als influencer en dat ik meer geld zou kunnen verdienen.

‘Nee, geen ton per jaar, vijf ton per jaar!’, roept de goeroe me toe vanaf de computer. Gewoon goed beeld, activerende teksten, zo snel mogelijk tienduizend volgers verzamelen, je statistieken checken, adverteren en dan ben je er al. Easy peasy!

‘Ik wil eigenlijk gewoon met m’n vák bezig zijn,’ verzuchtte een interieurstylist. Helaas, dat zit er niet meer in, anno 2018. Jezelf laten zien, dat moet je. Alles voor Het Plaatje.

Laf zonnetje

Laf zonnetje

Zou het zo kunnen zijn dat iedereen een ideale buitentemperatuur heeft? Waarbij hij of zij optimaal actief is en het beste functioneert?

Mijn man en ik wonen al ons hele gezamenlijke leven in Nederland, maar hij kan wekelijks verlangen naar palmbomen en korte-broeken-weer, terwijl ik het liefst in een vest kruip en kijk naar ‘Kerst met Linus’. Misschien is die hang naar meer kleding ook niet zo gek als je zoals ik gezegend bent met benen waarvan je broer regelmatig vraagt wanneer het gips eraf mag. Mijn moeder was een uitgesproken warm weer type. Weliswaar puffend, maar verder onverstoorbaar bakkend in de volle zon. Ik was vaak bang dat ze huidkanker zou krijgen, niet wetende dat het leven een lange neus maakt naar zoveel voorspelbaarheid.

Mijn broer gaat de strijd met de zon nog fanatieker aan, door te gaan hardlopen op het warmst van de dag. In Frankrijk. Bergop. Hij rent dan naar een vrij grofgebouwd maar indrukwekkend Mariabeeld, wat hem ongetwijfeld extra karmapunten oplevert.

Hoewel ik dus meer van de kou ben, zou ik het in het noorden van Finland nog geen jaar uithouden. Het moet wel leuk blijven. En een beetje licht graag. Geef mij maar twintig graden en een laf zonnetje, dat je af en toe kunt blussen als het uit de hand dreigt te lopen.

Kunst

100dayproject_11

Wanneer was de eerste keer in je leven dat je bewust kennismaakte met kunst? Kunst is in principe overal om ons heen, dus het is onvermijdelijk dat je al op jonge leeftijd een schilderij of beeldhouwwerk tegenkomt. Maar echt kennismaken? Dat het iets in beweging zet bij je, dat je echt even ondersteboven was van wat je zag?

Ik zag in mijn jeugd voornamelijk klassieke landschappen, bij ons aan de muur of in de geschiedenisboeken. Op de lagere school schreef ik zelfs een werkstuk over de schilder Titiaan. Ik geloof dat ik zijn naam uiteindelijk intrigerender vond dan wat hij schilderde.

De eerste keer dat ik dacht: ‘Wauw, dat kan dus óók!’ was toen de moeder van een vriendin ons tekeningen liet maken à la Kandinsky. Ik zag er nog niks in, maar voelde wel de vrijheid van iets tekenen dat niet ergens op hoeft te lijken. Dát was een zegen for someone who sucks at Pictionary. Het zaadje was geplant, maar de drang om me echt te verdiepen in kunst kwam pas na mijn dertigste.

Wellicht een troost voor ouders die het hun kinderen met de paplepel ingieten. Soms heeft het wat tijd nodig. Of veel, heel veel tijd.

Runners hi

100dayproject_7

Je hebt hardlopers en je hebt sociale hardlopers. Rennende pleasers. Die zweren dat ze nooit aan een wedstrijd mee gaan doen, maar hee, daar staan ze toch aan de start. Omdat Karin/Eva/Dennis het had gevraagd.

Als pleaser is het heel vervelend om in dichtbevolkte gebieden te lopen, omdat je dan het gevoel hebt dat je iedereen gedag moet zeggen. Goedemorgen meneer met hondje, hallo moeder met kind, dag mevrouw met wandelstok, lachje naar mederennende pleaser. Voor je het weet heb je een ‘runners hi’ te pakken.

Hardlopen op het strand is de uitkomst (of in het holst van de nacht, maar dat heeft weer andere voor de hand liggende nadelen). Veel ruimte, relatief weinig mensen, dus je kan gewoon rennen met je blik op oneindig (of op het pittoreske IJmuiden in mijn geval). Moet je alleen nog oppassen voor honden die tegen je aanbotsen.

Kinderzitje

Kinderzitje

Bericht van een moeder van school, van de kleuterklas van onze jongste. Of we een kinderzitje mee willen geven aan ons kind dat met haar meerijdt naar de speeltuin de volgende dag. Met een oudste kind van bijna elf en eentje van bijna negen weet ik inmiddels dat dat voor incidenteel vervoer niet verplicht is. Ik vertel haar dat ze hem wat ons betreft zonder zitje mee mag nemen. Nog een bericht, waar dat dan staat, omdat ze het juist heeft opgezocht omdat ze zich zo verantwoordelijk voelt. Ik zucht en glimlach tegelijk. Goed hoor, verantwoordelijke moeder. Zo was ik ook, toen mijn oudste nog een kleuter was. Oh nee, toch niet. Ik stuur haar de link naar de passage die uitlegt hoe het zit.

Als het speeltuinuitje achter de rug is en het kind weer veilig bij mij thuis, vraag ik hoe het was. “Mamma, de moeder van X botste met haar spiegel tegen een andere auto en ze vertelde dat ze al heel veel boetes had gehad.”

Volgende keer toch maar een kinderzitje mee.

Ongemakkelijke man

Ongemakkelijke man

Tijdens het werken staarde ik een beetje uit het raam. Da’s goed voor de creativiteit en je voorkomt er ook nog oogellende mee. Aan de overkant van de straat liep een man. Hij had minimaal twee jassen over elkaar aan, hoewel het zeker 15 graden was buiten. Op zijn rug droeg hij een rugzak, aan beide zijden geflankeerd door een tas. In zijn ene hand had hij een groene weekendtas, in de andere een blauw koffertje en nog een plastic tas met iets dekenachtigs erin. Hij had viezig lang grijs haar en liep licht voorovergebogen.

Wat zo fascinerend was – behalve al die bagage – was dat hij steeds een paar meter liep, een tas neerzette, weer een paar meter liep, koffertje neerzette, een paar meter terugliep, de tas oppakte, een paar meter verderliep, de tas neerzette, enzovoorts. Ik wist niet waar hij naartoe ging, maar het zou hem dagen kosten. Eigenlijk wilde ik hem wel helpen, hij zag er zo hulpeloos uit, maar iets hield me tegen. Waarom? Te ongemakkelijk?

Toen ik terugkwam van het postkantoor, was hij weer op het punt waar ik hem voor het eerst zag. Terug bij af.

Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur

dag huis

Het ouderlijk huis wordt verkocht. Hoewel, ouderlijk impliceert dat ik er zelf ook heb gewoond. Dat is niet zo. Maar zowel mijn hoogtepunt (trouwen) als mijn dieptepunt (het overlijden van mijn moeder) vonden hier plaats. Hier waren etentjes in de tuin, verjaardagen, Sinterklaas. Hier waren wandelingen in het bos en baby’tjes in de armen van opa en oma.

De foto’s tonen een mooi warm huis waar over nagedacht is. Maar de potentiële koper ziet een keuken met een deur naar de slaapkamer en ik zie dat moment dat we mijn moeder in de kist legden en precies daar een lastige draai moesten maken. De toekomstige bewoners zien een klassieke inrichting, ik zie dat al mijn moeders schilderijen al weg zijn en haar piano is ontdaan van bladmuziek en fotolijstjes.

Het is goed; tijd voor een nieuw hoofdstuk vol gelukkige momenten in dit huis. Toch maakt dat het afscheid niet minder zwaar.

Dode dierbaren glippen door je vingers. Het is de kunst ze op te vangen in je hart.